het feest van de vette os

image-228529-Bazas,_de_vette_os_034.w640.jpg
image-228535-bazas_11.jpeg
image-228540-FullSizeRender_(12)_kopie_2.w640.jpg
Promenade des boeufs gras de Bazas, of in het Gascons:
‘passejada deus bueus gras de Vasats’.

Men vraagt wel eens of er iets te doen is in de winter? Oja, kom maar eens naar Bazas in februari, daar is het één groot feest. Al sinds 1283, iedere donderdag voorafgaand aan ‘Mardi Gras’ viert Bazas feest en ontvangt tijdens het ‘feest van de vette os’ de mooiste runderen van het ras ‘Bazadaise’.
Versierd met slingers en gekroond met bloemen (meestal mimosa die nu al uitbundig bloeit), defileren de runderen door de straten van Bazas. Er is vrolijke muziek van tambours en de jongens spelen op een kleine dwarsfluit, een ‘fifre’. Ze zijn gekleed als herders met schapenvachtjes aan en lopen op stelten. Net als vroeger.
Ze zijn reuze handig met pasjes en dansjes op die hoge stelten. De meisjes die ook klederdracht dragen, doen volksdansjes. Tsja, het is traditioneel, maar wel leuk.



Vroeger was Bazas een van de belangrijkste steden in Aquitaine. De slagers doneerden dan een stier aan de geestelijkheid voor het feest van de Heilige Johannes. Als tegenprestatie kregen zij het recht hun mooiste beesten te laten zien tijdens een défilé in de stad op de donderdag voor Mardi Gras.
En dat was 735 jaar geleden. En zoals hier nooit iets verandert, paraderen de ossen nog stééds door de stad. Het is een bekend feest, men komt er zelfs voor uit Bordeaux. En ieder jaar komen er meer mensen kijken. Het programma blijft ook hetzelfde:

Eerst worden de runderen gewogen, ze wegen zo’n 1000 kg en de zwaarste heeft gewonnen. Dan mogen ze zich laten bewonderen tijdens de parade. Voor iedere slagerij wordt eventjes gestopt…weet de stier dat hij daar morgen netjes ligt? Zo te zien niet, maar feit blijft dat de restaurants uitpuilen. Overal wordt het fantastische vlees gegeten, er zijn enorme tenten opgezet en iedere plek is al ruim ½ jaar van te voren gereserveerd. Uiteraard kan je ook op straat eten, er zijn worstjes, kaas, wijn dus blijft het super gezellig.

Dat lopen op stelten komt van Landes, een departement ten westen van ons. Tussen 1700 en 1900 liepen de schaapherders daar op stelten. Zij werkten in een moerassig gebied, dat in de winter vaak overstroomde, de hei was eigenlijk onbegaanbaar voor mensen maar  niet voor de dieren. De herders hadden vaak moeite  om de schapen bij te houden en daarom begonnen ze op stelten te lopen.  Er waren bijna geen paden, de herders kregen vaak natte voeten en het op stelten (échasses) lopen werd een groot succes. Door de vele overstromingen was de ondergrond hard geworden, de stelten konden dus niet wegzakken, ze kregen geen koude en natte voeten meer, ze ontweken de scherpe doornen en…ze konden de kuddes bijhouden, want met een beetje oefenen, bereikten ze met één stap wel 5 meter.
image-228546-bazas_13.jpeg

image-228547-bazas_16.jpeg

image-228536-bazas_14.jpeg
image-228539-foto_5_kopie.JPG
De ‘Berger Landais’ zoals hij werd  genoemd had altijd een lange stok bij zich, waarmee hij de schapen kon dirigeren, maar hij kon hem ook als 3e poot gebruiken en er op zitten. Dan kon hij gezellig een potje breien en trok hij de volgende dag weer een leuk vestje aan.
Om dit arme gebied te ontwikkelen begon men dennenbomen aan te planten, waaruit hars gewonnen werd. In de scheepsbouw was veel vraag naar hars om de scheepsnaden te dichten, maar de herders waren bang hun grond kwijt te raken, dus werd dit plan geboycot. Dit verzet duurde tot Napoleon III, want sinds 1857 moesten bij de wet grote gedeeltes van Landes verplicht de bossen uitbreiden en werd er bijna 1 miljoen ha bos aangeplant. Maar ja, totdat er hars gewonnen kon worden, moesten de bomen eerst 30 jaar groeien, geen wonder dat er grote armoede heerste.
Bij ons achter de 3e tent in het bos, zie je nog die dennenbomen staan met op 1½ m. hoogte zo’n harspotje. Sommigen van onze dorpsgenoten waren ‘resinier’,  een armoedig bestaan hoor. Als je bij ons bent, moet je het openluchtmuseum ‘Ecomuseum Marquèze’ in Sabres eens bezoeken, het is erg leerzaam.

image-228541-FullSizeRender_(12)_kopie_3.w640.jpg
image-228533-bazas_9.jpeg
image-228530-Bazas,_de_vette_os_040.w640.jpg
image-228542-bazas_1.jpeg
image-228528-bazas_2010_026.w640.jpg



Wil je eens zo’n mooi stuk vlees kopen? Dan is een uitstapje naar Bazas heel gezellig, ook in de zomer. Er is een mooi kasteel te bezoeken en er zijn gezellige restaurantjes.
Koop ‘Aloyau’, een heerlijk mals stuk vlees, zoiets als T-Bone, met of zonder bot. De slager bepaalt altijd hoe dik het stuk wordt, hij vraagt alleen met hoeveel personen je bent. Zeg gerust dat je met meer dan 2 bent, want de volgende dag is het koud nog heerlijk op vers stokbrood met heerlijke roomboter….
Hoe ga je dat grillen of bakken? Hier zeggen ze ‘bleu’, dat is nog roder dan rood, je grillt het even om en om….sssss……ssssss, zo ja en klaar, eigenlijk moet je het alleen maar even dichtschroeien, sjalotjes erop en dan piest er een engeltje over je tong!

Bon appetit!

P.S. Volgend jaar eind februari zijn we helaas volgeboekt!